Wolves - Wolven

Duane Niatum

Once shy nomads from Pacific slopes

to fireweed meadows and tide flats,

they would call us from their longhouses

with their white-throated song.

When the wind returned the seven breaths

the snowfall yelped from dawn to dusk.

The hunters in our family always waited

like shadows to hear our brothers’

winter count take us back to the deer,

the running beauty striking off their hooves.

Vertaling

Ooit schuchtere nomaden van de hellingen langs de Grote Oceaan

naar de vlaktes van wilgenroosjes en ebland,

riepen ze ons vanuit hun clanhuizen

met hun wit gekeelde gezang.

Als de wind de zeven adems terugstuurde

jankte de sneeuwval van vroeg tot laat.

De jagers in onze familie wachtten altijd als

schaduwen hoe de wintertelling van onze broeders

ons terugleidde naar de elanden,

de rennende schoonheid die van hun hoeven vonkte.

Ga terug